jouw verhaal vertelt

 

Jouw verhaal vertelt

 

Afgestemd verhaal voor groep 3 St. Fransiscus Groningen 2017


Fiona was acht jaar oud en ze hield heel veel van dieren. Op haar zevende verjaardag had ze een cavia gekregen. Een bruine met een beetje wit aan zijn snoetje. Elke dag speelde ze met hem. Billy had ze hem genoemd. Ze mocht hem van haar vader en moeder voorzichtig uit de kooi pakken, ermee knuffelen en hem rond laten lopen in de kamer.
Billy was een nieuwsgierige cavia. Elk plekje, ieder hoekje besnuffelde hij. Soms schrok hij ergens van, dan sprong hij als een hertje de lucht in en wist niet hoe snel hij naar zijn kooi toe moest rennen. Fiona moest dan altijd zo hard lachen dat ze haar buik vast moest houden.
Billy was het grappigste dier dat ze ooit gezien en gekend had. En het was háár cavia, wat een geluk!
Sinds Billy bij haar woonde waren er een paar dingen veranderd in haar leven. Ze was minder bang bijvoorbeeld. Ze wist nu dat er nog iemand in huis was die veel kleiner was dan zij en dus wel veel sneller bang moest zijn voor van alles en nog wat. Fiona was veel groter en veel sterker. Ze voelde zich bijna een soort grote zus van Billy. Als er wat gebeurde kon ze onmogelijk bang zijn, ze moest Billy beschermen! Papa en mama waren er natuurlijk ook, maar Billy was van haar, dus dat was haar taak. Trouwens papa en mama waren vaak druk en konden zich niet altijd bezig houden met haar en zeker niet met Billy. Billy was was ook haar verantwoordelijkheid had papa gezegd. Dat betekende dat Fiona moest zorgen dat Billy te eten kreeg, dat zijn kooi elke week schoon werd gemaakt en dat papa en mama geen poepjes in de kamer vonden.
Fiona nam het graag op zich, want naast dat ze zich minder bang voelde, voelde ze zich sinds Billy er was ook trots. Niemand had zo’n leuke cavia als zij. Als iemand al een cavia had. Haar buurjongen Niels bijvoorbeeld had helemaal geen dier. Ze waren vrienden en sinds Billy er was, was hun vriendschap nog hechter geworden. Niels kwam eerder ongeveer twee keer per week bij haar langs, maar sinds Billy er was kwam hij bijna elke dag. Fiona was dol op Niels, dus dat kwam goed uit.
Op een dag kwam Niels uit school fietsen. Fiona zag hem door het raam aankomen. Hij was altijd iets later thuis dan zij, ze zaten niet op dezelfde school. Ze zwaaide naar hem en Niels lachte terug.
Snel pakte Fiona Billy uit zijn kooi en ging voor het raam staan knuffelen met hem in de hoop dat Niels het zou zien en zou komen, maar Niels kwam niet. De volgende dag kwam Niels ook niet en daarna ook niet. Wat was er aan de hand? Fiona werd ongedurig en ondanks de regen stapte ze zonder jas naar buiten en belde bij hem aan.
Het duurde even voordat de deur open ging. De vader van Niels stond in de deuropening.
‘Hallo Fiona.’
‘Hallo, is Niels thuis?’, riep Fiona om boven het geluid van de regendruppels te komen die op het afdakje boven de voordeur kletterden.
‘Ja, Niels is er wel, maar hij kan nu niet komen.’
Fiona keek teleurgesteld. ‘Waarom niet?’
‘Niels heeft het heel druk, hij is zijn moeder aan het helpen.’
‘Oh.’
Niels’ vader knikte en sloot de deur. Dat was vreemd. Dit had ze nog nooit meegemaakt. Normaal mocht ze altijd binnen komen. Het was zelfs noodweer, het was zelfs begonnen met hagelen.
Snel ging Fiona haar eigen huis weer in waar ze stilletjes op de bank ging zitten. Ze had het gevoel dat er iets niet in orde was.
Fiona’s moeder kwam binnen en zei: ‘Verveel je je?’
Fiona keek haar moeder wazig aan.
‘Ik weet het niet, ik wou zo graag met Niels spelen, maar hij is druk zei zijn vader. Hij is zijn moeder aan het helpen. Hij is hier al drie dagen niet geweest.’
Fiona’s moeder ging naast haar zitten en sloeg een arm om haar heen.
‘Ik denk dat de buren even rust nodig hebben. Ik heb gehoord dat Niels’ moeder heel erg ziek is.’
Fiona keek haar met grote ogen aan. Ziek? Niels’ moeder? Dat kon ze zich bijna niet voorstellen. Zijn moeder was zo sterk. Altijd in de weer, altijd vrolijk. Fiona had zich ook altijd een beetje sterker gevoeld als ze bij haar in de buurt was.
‘Wat heeft ze dan?’ vroeg ze zachtjes.
‘Dat is niet helemaal duidelijk. De dokter is nog bezig haar te onderzoeken.’
Ze trok Fiona heel dicht tegen zich aan en gaf haar een kusje op haar haar. Zo zaten ze een tijdje.
‘Ik wil Billy graag even vasthouden.’
Fiona stond op en liep naar de kooi, pakte Billy op en ging daarna weer op de bank zitten.
Haar moeder ging koken en Fiona was alleen maar bezig Billy te aaien.
Toen ze ’s avonds in bed lag zei ze dat ze de volgende dag toch echt Niels wilde zien of zijn moeder nu ziek was of niet. Haar vader had gezegd dat ze beter even af kon wachten tot Niels naar haar toe zou komen.
In haar bed huilde Fiona omdat ze het allemaal niet begreep. Ze huilde omdat Niels’ moeder ziek was, dat voelde heel naar, maar ze huilde nog meer dat ze daarom Niels niet kon zien. En als zij daar niet kon komen, kon Niels toch bij haar komen? Dan konden ze samen Billy aaien. Billy zou het wel goed vinden. Hij was heel grappig, maar ook heel geduldig en lief. Billy had zijn oogjes dicht gedaan toen ze hem zo lang had geaaid. Ze waren er allebei rustig van geworden.
Hé! De buren wilden toch rust? Se zou papa en mama vragen of ze Billy mee naar hun mocht nemen. Dat was een goed idee! Blij met die goeie gedachte viel Fiona in slaap.
Die nacht had ze een droom. Ze droomde over een reuze cavia. Hij was enorm! Het leek wel een cavia uit de dinotijd. Heel groot, iets stoerder, heel sterk, maar ook heel zacht en lief, in ieder geval voor zijn vrienden en daar had hij er veel van. In haar droom speelde hij met alle dieren die bij hem in de buurt woonden. Ze kwamen allemaal naar hem toe omdat hij zo’n grote knuffelaar was. Dieren lagen tegen hem aan, voelden zich beschermd door hem, klommen bovenop hem. Hij vond alles goed. De dieren voelden zich zo fijn bij hem dat ze niet meer weg wilden en allemaal tegen hem aan of op hem in slaap vielen.
De grote cavia zelf viel niet in slaap, hij was zelfs heel wakker. Hij keek naar Fiona en begon tegen haar te praten.
‘Fiona lief meisje, neem jij Billy maar mee, dat is zeker een heel goed idee.’
De volgende ochtend werd ze heel vroeg wakker, ze sprong haar bed uit en rende de slaapkamer van haar ouders in.
‘Wat is er?’, riep haar moeder geschrokken.
‘Mama, papa, ik heb gedroomd en ik moét Billy meenemen naar Niels.’
Ze begon tegen haar vader te duwen om hem goed wakker te maken.
‘Ho ho’, zei die slaperig, ‘vertel even wat er aan de hand is.’
Fiona vertelde over haar idee.
‘Jullie zeiden zelf dat de buren rust nodig hebben en dat is precies wat Billy ze kan geven. Snappen jullie het niet? Die grote cavia in mijn droom zei het ook.’
Fiona’s moeder moest een beetje lachen.
‘Lieverd, vind je dat wij nu moeten vertrouwen op die grote monster cavia van jou?’
‘Ja!’ riep Fiona, ‘en op mij, het was mijn idee! Ik weet zeker dat Billy ze goed zal doen.’
‘Ga je eerst maar eens aankleden en eten en naar school. Vanmiddag zullen we wel even zien. Ik zal kijken of ik de buren straks kan spreken. Hup hup!’
Opgewonden kleedde Fiona zich aan, ze at snel een boterham en rende naast haar moeder naar school. Het was maar vijf minuten lopen.
School duurde eigenlijk veel te lang. Ze had haar gedachten er niet helemaal bij. Vanochtend had ze nog met Billy geknuffeld en heel zachtjes gezegd dat ze vanmiddag samen naar Niels zouden gaan. Hij had haar aangekeken met zijn kleine oogjes en volgens Fiona had hij ja geknikt. Van school naar huis had ze ook weer gerend. Buiten adem was ze binnen gekomen. Haar moeder was heel rustig achter haar aangelopen.
‘Mam, schiet nou op.’
Ze had Fiona gezegd dat ze Billy mee mocht nemen naar de buren. Zij zou de kooi dragen en zelf ook even meegaan naar binnen om met haar eigen ogen te zien hoe het met de buurvrouw ging.
‘Rustig Fiona, Niels is altijd iets kater thuis dan jij en door dat geren ben je er nog eerder dan anders. Je zult nog even geduld moeten hebben.
Dat was iets waar Fiona niet zoveel van had en dat was met Billy’s komst ook niet veranderd.
Hé! Daar kwam Niels aan. Hij zag er helemaal niet vrolijk uit en hij keek niet eens naar haar!
Fiona wist niet wat ze moest doen. Even twijfelde ze, maar stond toen op en riep haar moeder.
‘Mama, Niels is thuis!’ riep ze.
Haar moeder nam heel rustig de kooi op en liep naar de voordeur. Fiona glipte snel langs haar heen, zodat ze de deur voor haar open kon doen.
Fiona belde aan en samen stonden ze te wachten. Het duurde best lang voordat de deur open ging.
Tot Fiona’s verassing deed Niels open. Ze schrok wel. Hij lachte een beetje, maar ze zag duidelijk dat hij had gehuild.
‘Dag Niels’, zei haar moeder, ‘mogen we binnen komen?’
Niels knikte. Hij liep door en zij volgden hem Fiona voelde zich wat onzeker. Hij had helemaal niet naar Billy gekeken en hij had er helemaal niet blij uitgezien. In de kamer ging Niels op een stoel zitten aan een grote tafel. Fiona’s moeder zette de kooi net Billy erin voor hem neer. Fiona ging naast hem staan, opende de kooi, haalde Billy eruit en gaf hem zonder wat te zeggen aan Niels.
Hij begon Billy te aaien en Fiona ging naast hem zitten. Heel langzaam begonnen er grote tranen over Niels wangen te biggelen. Fiona schoof wat dichter naar hem toe en aaide over zijn haar.
‘Billy begrijpt het allemaal’, zei ze zachtjes. Niels knikte.
Zonder dat ze het in de gaten had was Fiona’s moeder naar boven gegaan, waar Niels’ ouders allebei waren. Niels’ moeder lag boven in bed.
Toen ze weer beneden kwam gebaarde ze Fiona mee te komen.
‘Kom we gaan weer naar huis.’
Fiona keek naar Niels en zei: ‘Billy heeft gezegd dat hij vannacht graag bij jou wil blijven, vind je dat goed?’
Niels knikte.
Fiona legde even haar wang tegen die van Niels, gaf Billy een kusje op zijn kopje en ging met haar moeder mee.
Billy bleef heel lang bij Niels.
Fiona zag hem nu weer wat vaker. Ze miste Billy erg, maar ze zag hoe belangrijk het was dat hij een tijdje bij Niels logeerde.
Niels keek elke dag ietsje blijer. Na twee weken kwam hij Billy zelf terug brengen.
Fiona deed de deur open. Niels stond breedlachend op de stoep met de kooi met Billy erin in zijn armen. Fiona lachte terug. Gelukkig! Niels lachte weer! Hij liep naar binnen en zette de kooi weer op zijn plek. Fiona haalde Billy eruit en samen gingen ze op de bank zitten. Billy sprong echter gelijk van de bank af en begon als een wilde rond te rennen. Overal rond snuffelend en gekke sprongen makend. Hij was weer even nieuwsgierig als de eerste keer dat hij in de kamer rond had gelopen.
Oh, wat moesten ze om hem lachen. Fiona had de liefste, geduldigste, ,aar ook allergrappigste cavia van de hele wereld!
Niels keek Fiona aan en zei: ‘Mijn moeder wordt weer beter. Het zal heel langzaam gaan, maar ze wordt weer beter!’