jouw verhaal vertelt

 

Jouw verhaal vertelt

 

Metamorfose


Er was eens een priester die zich erg alleen voelde. Elke dag gebeurde er wel iets waardoor hij met zijn handen in het haar zat, omdat hij het gevoel had er niets mee te kunnen. Waarom leefde hij? Waarom was hij priester geworden? De mensen luisterden toch niet. Althans niet werkelijk. De priester woonde afgelegen in een klein huisje en liep dagelijks naar de kerk van het dichtstbij gelegen dorpje. Alle mensen kenden hem en groetten hem altijd met respect. Respect hadden ze voor hem, veel zelfs, maar begrip niet.
Er werd veel over hem gepraat. Altijd een beetje zachtjes, omdat ze ergens ook behoorlijk bang voor hem waren. Ze kenden hem al zo lang, maar niemand kende hem eigenlijk echt. Daarom deden allerlei verhalen over hem de ronde.
De één zei dat dat hij uit een ver land kwam, de ander zei juist dat hij uit een naburig dorp kwam, waar ze hem vroeger weg hadden gejaagd en weer een ander zei dat hij helemaal niet van deze aarde was. Dat het huisje een dekmantel was en hij een buitenaardse was, die elke avond ergens naar toe verdween.
Alle verhalen waren niet waar. De mensen wisten het, maar ze hadden behoefte aan grip. Ze konden er niet tegen dat hij niet zo goed te plaatsen was.
Zijn preken waren prachtig, maar omdat ze zijn persoonlijke leven niet kenden, bleven ze altijd ergens in het luchtledig hangen. De mensen hadden behoefte aan een mens, iemand die ze konden zien, voelen en begrijpen. Deze man was ongrijpbaar en daarom had hij niet het effect op ze dat hij graag zou willen hebben.
Zijn preken waren doordrenkt van oneindige wijsheid. Dat wist hij. Maar hij snapte niet waarom er om hem heen niets veranderde. Elke dag jaar in jaar uit had hij de mensen toch van alles vertelt. Was hij hen voorgegaan in werelden en visies die hij glashelder had uitgelegd. Hij genoot zelf enorm van zijn uiteenzettingen. De verhalen stroomden altijd als vanzelf over zijn lippen. Hij zag de mensen altijd vol ontzag naar hem kijken. Toch kwamen mensen zelden naar hem toe om iets te vragen. Waren ze bang voor hem?
Hij vond zichzelf altijd heel vriendelijk. Hij vroeg altijd of de mensen nog iets wilden vragen. Dit was zelden zo.
Op een dag kwam er een klein meisje langs zijn huisje gehuppeld. De priester was zeer verbaasd. Wat deed dat meisje hier? Zo ver van het dorp en helemaal alleen?
Hij kwam naar buiten en wilde het haar vragen, maar zij was hem voor.
‘Hallo!’ riep ze stralend. ‘Wat heb jij een leuk huisje. Jij woont hier toch?’
Hij knikte en ging op de bank voor het huisje zitten. Het meisje kwam naast hem zitten en keek hem nieuwsgierig aan.
‘Hoe heet jij?’
‘Ik ben Vincent, priester Vincent’.
‘Hoi Vincent, priester Vincent’ zei het meisje vrolijk.
‘Mag ik een beetje rond jouw huisje spelen?’
Vincent knikte. Waar wilde ze mee spelen, dacht hij bij zichzelf, maar hij vroeg het niet.
Het meisje sprong op en begon rond het huisje te dartelen en liedjes te zingen. Af en toe maakte ze een koprol, ze klom in een oude kronkelige boom en at een paar rode besjes van een struik.
Vincent genoot ervan om naar haar te kijken. Ze belichaamde zijn verhalen, zijn visie op het leven. Het was de eerste persoon in zijn leven die leefde zoals hij vond dat er geleefd moest worden.
Vol vertrouwen en plezier. Open communicatie, eigenwijs, levendig en een soepel lijf dat goed werd gebruikt.
Hij voelde zijn eigen lijf dat stram aanvoelde. Zijn mond voelde droog. Er was bijna geen woord uitgekomen. Eigenlijk voelde hij zich mat en moe. Wat een contrast met dit meisje!
Heel langzaam sukkelde hij in slaap. Hij droomde. Of was het werkelijkheid?
Vincent zat voor zijn huisje op de bank en het meisje dartelde om hem heen. Als een mot rond een vlam bleef ze rond hem heen bewegen.
Zijn ogen stonden helder en breedlachend stond hij op. Ze pakten elkaars
handen en dansten samen door de tuin.
‘Hoe heet je eigenlijk?’ vroeg hij.
‘Esmeralda’ riep het meisje.
‘Wat een prachtige naam! Ik vind je helemaal prachtig!’
‘Ik jou ook Vincent. Wat de mensen over je zeggen klopt helemaal niet. Je bent lief en ik vind het leuk om met je te spelen. Ik vind je ook heel grappig’. Ze begon te giechelen.
Vincent wist niet precies wat ze grappig vond, maar hij begon met haar mee te giechelen. Ze was zo aanstekelijk.
Al dansend en giechelend renden ze samen door de tuin, totdat Esmeralda omhoog begon te zweven.
‘Vincent! Help!’
Hij keek omhoog en hij zag dat ze steeds hoger en hoger de lucht in zweefde. Hij begon te springen om te proberen haar te pakken te krijgen, maar ze was al te hoog.
‘Vincent, probeer ook te vliegen! Als je het echt wilt lukt het!’
Vincent wilde het echt graag, want hij wilde Esmeralda niet kwijtraken. Hij sloot even zijn ogen en wenste heel diep dat hij kon vliegen.
En daar ging hij! Héél langzaam zweefde hij omhoog richting het meisje. Hij hield zijn ogen op haar gericht en dat leek voldoende om hem haar kant op te laten gaan. Hij wilde ook sneller en daar ging hij.
Bijna waren ze bij elkaar. Hij probeerde haar hand te grijpen toen er plotseling een zwarte raaf tussen hen doorvloog. Hard krassend klapwiekte hij verder. Vincent schrok zo, dat hij met één klap wakker was. Zijn ogen waren wijd open. Verwilderd keek hij om zich heen. Waar was Esmeralda?
‘Esmeralda!’ riep hij luid.
Zijn lijf voelde nog helemaal vol adrenaline. Alsof hij werkelijk gedanst, gegiecheld en gevlogen had.
‘Esmeralda!’ riep hij weer heel luid.
Het meisje kwam vanachter een struik naar hem toe lopen.
‘Wie is Esmeralda?’ vroeg ze nieuwsgierig.
‘Dat ben jij’.
‘Ik? Nee hoor, ik ben Esther’.
‘Esther?’
Ze knikte en deed een paar huppelpasjes.
In de war begon Vincent voor zich uit te staren. Hij was de kluts kwijt. Zijn droom had zo echt geleken dat hij niet meer wist wat waar was.
Wie wist eigenlijk wat waar was?
Op dat moment wist hij in een flits dat hij zijn priesterkleed wilde afleggen.
Hij stond resoluut op. Liep naar binnen en deed een gewone broek en t-shirt aan. Weer buiten riep hij Esther en vroeg hoe ze hier was gekomen.
‘Mijn ouders hebben hier dichtbij een stukje land waarop ze aan het werk zijn. Ik ken de omgeving goed. Ik mag altijd in de buurt wat wandelen en spelen. Ik ben vandaag iets verder gegaan dan anders, maar ik weet de weg wel hoor’.
‘Goed’, zei Vincent stevig. ‘Dan breng ik je nu terug naar je ouders. Wijs jij de weg?’
Esther knikte vrolijk. Pakte zijn hand en samen liepen ze naar het stukje land waar Esthers ouders net even aan het pauzeren waren.
Ze keken hogelijk verbaasd toen ze hun dochter met de priester aan zagen komen lopen. Esther’s vader stond snel op om hem een hand te geven. Esther’s moeder vroeg of hij ook iets wilde eten en drinken. Normaal gesproken zou Vincent het hebben afgeslagen, alhoewel hij in zijn leven zelden was gevraagd om mee te eten. Nu voelde hij dat hij het contact aan wilde gaan. Er was opeens een onbedwingbare behoefte om deze mensen te leren kennen.
Wie waren ze? Waar kwamen ze vandaan? Hoe kwam het dat ze zo’n prachtig dochtertje hadden? Hoe hadden ze haar opgevoed? Ze leek zo vrij, hoe kon het dat ze zo goed met haar ruimte om kon gaan? Hoe wisten ze dat ze Esther zoveel ruimte konden geven?
Hij had die ruimte als kind helemaal niet gekregen van zijn ouders en hij vroeg zich af of hij er wel mee om had kunnen gaan als hij het gekregen had.
Hij voelde dat hij veel van deze mensen en vooral van het kleine meisje zou kunnen leren.
Hij liep met hen mee terug naar het dorp. Ze namen hartelijk afscheid.
Het verhaal deed razendsnel de ronde. ‘Heb je het al gehoord? Er is iets met de priester gebeurd! Hij lijkt opeens een mens geworden’.
Iedereen wilde hem zien, de metamorfose met eigen ogen aanschouwen.
Binnen een maand was Vincent een welkome gast op meerdere plekken in het dorp. Hij was geen priester meer, maar mensen luisterden nog steeds naar hem. Maar nu was het anders. Vincent was één van hen geworden en dat voelden ze. Vragen werden gesteld, discussies laaiden op. Waar Vincent was, was leven. Het was altijd boeiend en iedereen wilde graag in zijn buurt verblijven.
Vincent zag de mensen en de mensen zagen hem. Hun contact stroomde als een brede rivier.
Vaak was Esther ook in zijn buurt te vinden. Ze hadden een speciale band.