jouw verhaal vertelt

 

Jouw verhaal vertelt

 

Metgezellen


Snuffelend liep ze in het rond. Ze kwispelde met haar staart, toen ze een bekende geur rook. Ze keek omhoog en zag een man. De man keek ook naar haar. Er gebeurde iets.
De man glimlachte en streek over haar zachte kop.
‘ Waar kom jij opeens vandaan?’ zei de man, ‘ ik ben Windell en jij?’
Ze gaf een zachte blaf en ging naast hem zitten.
Vanaf dat moment was ze niet meer van zijn zijde geweken. Ze had haar metgezel gevonden. Het was heel natuurlijk gegaan. Ze hadden elkaar aangekeken en zichzelf in de ander herkend. Ook al was de één man en de ander hond. Ze hoorden bij elkaar.
Aiko, want zo had Windell haar genoemd, was een slanke, sterke jachthond. Ooit had ze een plek gehad waar ze woonde, bij mensen, maar nu was ze al jaren op zichzelf.
Op een dag had ze de vrijheid geroken en was ze op pad gegaan. Elke dag zwierf ze nu door de bergen.
Ze was niet op zoek geweest naar iemand, ze had een goed leven en kon heel goed voor zichzelf zorgen, maar toen ze Windell ontmoette wist ze dat ze bij hem moest blijven.
Door deze verbinding werd ze nog vrolijker, nog sterker en de bergen leken nog hoger en met nog meer mogelijkheden.
Ze gingen vanaf hun ontmoeting samen op pad en verfijnden elkaars jachtkwaliteiten. Windell had ook geen vaste plek, hij zwierf rond, net als Aiko.
Op een avond toen ze naast elkaar bij het vuur zaten, begon Windell te vertellen over zijn leven. Hij vertelde over allerlei landen waar hij was geweest en mensen die hij had ontmoet. Hij vertelde het langst over een vrouw, een meisje nog toen hij haar voor het eerst had gezien. Een meisje dat hij intens had lief gehad. Jarenlang waren ze samen geweest tot ze stierf. Ze was heel sterk, maar toch was ze geveld door een griep, die vreselijke complicaties met zich mee had gebracht. Hij was niet van haar zijde geweken, maar had haar niet kunnen redden.
Tranen stroomden over zijn wangen en Aiko was dicht tegen hem aangekropen en had haar kop op zijn benen gelegd. Ze snapte niet zijn woorden, maar voelde wel zijn verdriet.
‘Ik zal haar nooit vergeten en de pijn van het verlies altijd bij me dragen, maar sinds ik jou heb ontmoet Aiko, heeft mijn leven weer kleur gekregen. Je bent een geweldige hond en ik heb het gevoel dat je me beter begrijpt dan wie ook. Bij jou kan ik zijn wie ik ben en zelfs m’n verdriet tonen en mijn tranen laten gaan’.
Aiko likte zijn hand en sliep tevreden in.
Jarenlang leefden ze samen. Aiko was inmiddels 15 jaar, maar nog kerngezond. In al die jaren hadden ze een vertrouwensband opgebouwd en waren gelijkwaardig. Man en hond.
Op een dag kwamen ze aan bij de zee. Aiko was een berghond en had nog nooit zoiets gezien. Dol enthousiast en ook een beetje op haar hoede blafte ze naar de golven die met bulderend geweld steeds weer op haar afkwamen. Windell moest er om lachen. Hij trok zijn kleren uit en rende de zee in.
Aiko werd er een beetje zenuwachtig van. Waarom deed Windell dat? Het voelde helemaal niet veilig.
‘Aiko kom er ook in!’
Aiko begon te janken en probeerde haar angst te overwinnen. Ze zette af en toe een stapje in het water, maar schrok dan weer terug als er een golf tegen haar aan denderde.
Aiko wist dat ze kon zwemmen, dat had ze wel eens gedaan in een bergmeer, maar dat meer was rustig geweest. Dit water was wild, met schuimkoppen en het rook en proefde zout!
Ze deed een paar passen terug en ging met haar kop op haar poten liggen kijken naar Windell die heel veel plezier aan het water leek te beleven. Aiko was tevreden met alleen te kijken naar hem, ze zag en voelde hoe fijn hij het vond.
Heel geduldig wachtte ze tot Windell weer uit het water zou komen, ze sloot even haar ogen en genoot van de warme zon. Ze keek weer en opeens zag ze hem niet meer. Gealarmeerd sprong ze op. Jankend en blaffend begon ze hem te roepen, maar er kwam geen respons. Hij leek wel weg!
Zonder er over na te denken, haar angst vergetend rende ze het water in. Ze kwam los van de bodem en begon als een wilde te trappelen met haar poten om vooruit te komen.
Ja! Daar zag ze hem! Wat dreef hij raar, hij bewoog helemaal niet!
Zo snel ze kon zwom ze naar hem toe, ze kreeg voortdurend water in haar bek. Ze kon nauwelijks ademen, maar ze ging door. Toen ze bij hem was beet ze zich vast aan zijn haren en begon zo goed en zo kwaad als het ging hem door het water te slepen. Hij was heel zwaar en Aiko’s longen liepen helemaal vol.
Haar wilskracht en vooral haar liefde voor hem gaf haar enorme kracht.
Ze was zo bezig dat ze niet hoorde dat er mensen waren aangekomen. Plotseling werd het makkelijker en voelde ze dat het zware lichaam van haar werd overgenomen. Aiko zag in een flits dat Windell snel uit het water werd getrokken en voelde daarna dat ze zelf ook werd opgetild. Ze voelde zich uitgeput en heel erg zwak. Ze ontspande, Windell was veilig.
‘Wat een fantastische hond, zag je dat?’
‘Mm.. Ontzettend jammer, de man haalt het wel, maar die hond geef ik weinig kans.
Ik voel al geen hartslag meer, ze is al vertrokken…’
Windell lag naast de twee mannen. Hij ademde nu vrij rustig, nadat er behoorlijk wat zeewater uit hem was gekomen.
Plotseling schoot hij overeind. ‘Aiko!’ riep hij. Hij keek verwilderd om zich heen en toen bleef zijn blik op de hond rustten die bewegingsloos op ongeveer twee meter afstand bij hem vandaan lag. Eerst stokte zijn adem en toen begon hij hartverscheurend te huilen. Hij sleepte zich naar de hond toe en omarmde haar. Hij trok haar dicht tegen zich aan en bleef met grote uithalen door huilen.

De twee mannen die bij hem zaten probeerden na een tijdje contact met hem te maken, maar ze konden niet tot Windell doordringen. Hij had z’n ogen dicht en leek één geworden met zijn verdriet.
Waarom had het leven hem gespaard? Waarom had hij niet samen met Aiko kunnen sterven? Wederom verloor hij een grote liefde. Dit keer was het een hond, maar het gevoel, de diepe pijn was hetzelfde.
Windell wist niet hoe lang hij daar had gelegen. De twee mannen waren weg en de zon stond hoog aan de hemel. Hij was blijkbaar in slaap gevallen.
Aiko lag koud en stijf in zijn armen. Windell keek naar haar en wist dat ze weg was. Het leven had zich uit haar teruggetrokken, hij hield het omhulsel nog vast.
Hij voelde zich opeens heel kalm. Vol liefde keek hij naar het hondenlichaam en streelde het.
‘Dank je wel’ fluisterde hij.
Hij voelde een enorme dankbaarheid. Niet alleen naar Aiko en de twee mannen die hem gered hadden. Gered van de verdrinkingsdood.
In een flits zag hij zichzelf drijven, nadat hij verschrikkelijke kramp in zijn beide kuiten had gekregen en een golf hem overspoelde. Het leek alsof hij boven zichzelf uitsteeg en samenvloeide met iets veel groters dan hijzelf. Windell voelde dankbaarheid voor het leven, het hele bestaan en zelfs voor zijn beide grote verliezen. Diep van binnen voelde hij dat de verliezen niet werkelijke verliezen waren. Dat hij was verbonden. Hij voelde Aiko heel dichtbij zich en het leek alsof Aiko en zijn verloren geliefde één waren, als een lichte, maar warme, beschermende deken om hem heen. Hij zag ze beide met ogen vol liefde naar hem kijken.
Heel zacht sloot de openheid en Windell voelde de grenzen van zijn eigen lichaam weer.
Hij stond op en nam Aiko stevig in zijn armen. Doelgericht liep hij de kant van de bergen op. Uren liep hij door, tot hij op de top van een hele oude berg was. Deze plek voelde voor hem als een heilige plek. Vaak hadden hij en Aiko daar samen gezeten. Hoe ver ze ook hadden gezworven, altijd was er een moment geweest waarop ze hier weer terug waren gekomen.
In zijn rugzak droeg Windell altijd een kleine ijzeren schep mee. Hij pakt deze en begon een gat te graven. Toen het gat diep genoeg was legde hij Aiko er heel voorzichtig in, nadat hij haar een kus op haar kop had gegeven. Hij keek naar het dode lichaam, streelde het en begon toen heel rustig het gat dicht te maken met de aarde die er omheen lag.
Windell stond op en liep richting een plek waar wat bomen stonden. Hij keek even rond en zijn aandacht ging naar een jonge lijsterbes. Hij groef het boompje voorzichtig uit en nam het mee. Hij plantte het bovenop het graf van Aiko.
‘Lieve Aiko, ik bedank je dat je mij hebt gevonden in dit leven. Je vrolijke, trouwe aanwezigheid heeft mij elke dag moed gegeven om door te gaan en weer van het leven te genieten. Jouw sterven heeft me heel veel verdriet gedaan en dat doet het nog steeds, maar ook heeft het mij in verbinding gebracht met iets groters, waardoor ik weet dat ik je niet werkelijk verloren ben. Ook al kan ik je niet meer zien en doet het nog pijn dat ik je niet meer aan kan raken, je leeft in mijn hart. Je bent nu echt deel van mij geworden. Toen ik jou ontmoette is mijn hart stukje bij beetje weer open gegaan. Bij jouw sterven ben ik heel diep in aanraking gekomen met oude pijn. Door de jaren heen ben ik steeds sterker geworden waardoor ik me nu kon overgeven aan die pijn die heel diep weggestopt nog ergens zat. Het leek alsof ik door mijn hart heen ging en er aan de andere kant weer uit kwam. Alsof mijn hart de brug was naar iets groters, waardoor ik vanuit een ander, ruimer perspectief naar mezelf en mijn leven kon kijken.
Lieve Aiko, ik begrijp nu dat ik hier nooit was gekomen als jij niet was gestorven, dank je wel voor je liefde voor mij.
Je lichaam mag nu samen met de aarde tot voedsel dienen voor deze jonge boom. Dat hij met jouw hulp maar net zo krachtig mag worden als ik me nu voel’.
Windell ging wijdbeens staan en spreidde zijn armen wijd open naar de hemel en riep uit volle borst: ‘Aikooooooooo!!!’